Geneesmiddelenwet

De regels voor de verkoop van UAD-geneesmiddelen zijn opgenomen in artikel 62 van de Geneesmiddelenwet. In artikel 62 worden de volgende verplichtingen genoemd:

  • Het ter hand stellen (verkopen) van geneesmiddelen gebeurt onder verantwoordelijkheid en toezicht van een drogist.
  • Degene die een UAD-geneesmiddel koopt moet informatie kunnen krijgen over de aard en het doel van het geneesmiddel, en de te verwachten gevolgen en risico’s daarvan voor zijn gezondheid.
  • De genoemde voorlichting mag uitsluitend door een drogist of assistent drogist worden gegeven.
  • In het verkooppunt moeten voldoende drogisten en assistent-drogisten aanwezig zijn om de voorlichting te kunnen geven.

In de praktijk

Voor kleine winkelbedrijven raden wij aan 1 drogist en 2 assistent-drogisten op te leiden. Bij grotere bedrijven zijn 3 of 4 assistent-drogisten noodzakelijk. Er moet immers altijd een (assistent) drogist aanwezig zijn.

In de toelichting op de wet wordt aangegeven dat de klant expliciet moet worden verwezen naar de persoon of locatie waar hij informatie kan krijgen. Dit kan door een bord bij het schap te plaatsen met daarop de tekst: ‘Bij vragen over de UAD-geneesmiddelen, vraag het aan onze (assistent) drogist.’

Controlerende instanties

De IGZ, de VWA en leveranciers van UAD-geneesmiddelen hebben de bevoegdheid om te controleren of uw bedrijf UAD-geneesmiddelen mag verkopen. Om te kunnen bewijzen dat uw bedrijf aan de wet voldoet is het verstandig kopieën van de diploma’s van de gediplomeerden in de winkel te bewaren.

Contact

035 621 1314